Core Web Vitals zijn drie meetwaarden van Google die scoren hoe een pagina aanvoelt in gebruik: hoe snel de hoofdinhoud verschijnt, hoe stabiel de indeling blijft tijdens het laden en hoe snel de pagina reageert als je ermee werkt. Samen maken ze van een vaag gevoel (‘deze site voelt traag’) concrete cijfers waar een team mee aan de slag kan.
Denk aan een winkel binnenlopen. De eerste vital, Largest Contentful Paint, is hoe lang het duurt voordat je ziet wat er in de schappen ligt. De tweede, Cumulative Layout Shift, is of de schappen op hun plek blijven of verschuiven terwijl je iets pakt, zodat je niet per ongeluk het verkeerde grijpt. De derde, Interaction to Next Paint, is hoe snel een medewerker reageert als je iets vraagt. Een goede pagina scoort op alle drie.
De cijfers komen met concrete doelen. Google noemt LCP goed onder 2,5 seconde, CLS goed onder 0,1 en INP goed onder 200 milliseconden, gemeten op het 75e percentiel, zodat een paar trage bezoeken je niet de das omdoen. Elke vital wijst naar een andere oplossing: een trage LCP komt vaak door een zware hero-afbeelding of blokkerende code, layout shift meestal door afbeeldingen zonder vaste afmetingen, en een matige INP door JavaScript die de hoofdthread bezet houdt.
Google meet dit bij echte Chrome-bezoekers, en daarom kan een site snel ogen op de glasvezel op kantoor en alsnog zakken op een telefoon met haperend mobiel internet. De drempels zijn openbaar, dus ‘goed’ is een vastgesteld doel en geen mening.
Bij TopDevs zien we Core Web Vitals als een checklist bij elke build en rapporteren we ze in gewone taal, zodat een klant precies ziet waar de site staat voor en na onze verbeteringen.