Django is een webframework voor de taal Python. Het geeft developers een kant-en-klare structuur om websites en webapps te bouwen, en regelt het repeterende loodgieterswerk, zoals praten met de database, gebruikers beheren en webadressen routeren, zodat het team zijn tijd kan steken in de delen die elk project uniek maken.
Het motto van het framework is ‘batteries included’, en dat maakt het waar. Zie het starten van een webproject als het openen van een platte doos met een kledingkast: bij de meeste tools krijg je kale planken en moet je zelf schroeven en scharnieren regelen. Bij Django zitten de schroeven, de scharnieren en een handleiding al in de doos. Het genereert zelfs automatisch een werkend adminpaneel, waardoor een niet-technische gebruiker vanaf dag één content kan beheren. Onder de motorkap laat de ORM developers in gewone Python met de database werken in plaats van zelf queries te schrijven.
Die volwassenheid is waarom grote producten erop vertrouwen. Versies van Instagram, Spotify en de sites van Mozilla draaiden op Django, en het heeft een sterke focus op veiligheid ingebouwd, met standaardbescherming tegen veelvoorkomende aanvallen als SQL-injectie en cross-site scripting.
De keerzijde van zoveel ingebouwde conventies is dat Django verwacht dat je het op zijn manier doet. Voor een piepkleine single-page service of een project met heel ongebruikelijke eisen kan die structuur log aanvoelen, en dat is een reden waarom een minimaal framework als Flask zijn plek houdt. Django komt tot zijn recht als een app echt omvang heeft: gebruikers, rechten, content en een database die in de loop van de tijd groeit.
Bij TopDevs pakken we Django wanneer het project van een klant bij Python past en baat heeft bij een stabiele, beproefde basis, zodat we sneller leveren zonder in te boeten op betrouwbaarheid.