.NET is een ontwikkelplatform gemaakt door Microsoft om zo’n beetje elke soort software te bouwen: webapps, API’s, desktopprogramma’s, mobiele apps en clouddiensten. Het bundelt een runtime die de code uitvoert, een grote bibliotheek met kant-en-klare bouwblokken, en tools die het geheel aan elkaar knopen. De meeste .NET-software wordt geschreven in C#.
Een handige manier om het verschil tussen een taal en een platform te zien is een keuken. C# is het recept dat je schrijft, de instructies voor wat je gaat koken. .NET is de volledig ingerichte keuken: de oven, de pannen, het stromend water en de goedgevulde voorraadkast die het recept mogelijk maken. Je kunt het recept op papier schrijven, maar zonder keuken wordt er niets gekookt. Als framework en runtime in één levert .NET die omgeving, zodat developers niet voor elk project dezelfde machinerie opnieuw bouwen.
In de praktijk pak je ASP.NET Core voor web-API’s en sites, Entity Framework om met een database te praten, en Blazor als je interactieve webpagina’s in C# wilt schrijven in plaats van JavaScript. Microsoft brengt elke november ongeveer een nieuwe hoofdversie uit, waarbij de even versies langere ondersteuning krijgen, dus teams plannen hun upgrades rond dat ritme.
Het moderne .NET, de lijn die begon met .NET Core, is open source en draait op Windows, macOS en Linux. Een oudere, Windows-only versie genaamd .NET Framework draait nog veel bestaande bedrijfssystemen, en daarom hoor je allebei de namen. De adder is dat de twee onder de motorkap niet hetzelfde zijn, dus een oude Framework-app naar modern .NET tillen kost echt overzetwerk, geen druk op een knop.
Bij TopDevs bouwen we veel back-ends van klanten op .NET, omdat het de langetermijnondersteuning van Microsoft koppelt aan de snelheid en het cross-platform bereik die moderne projecten nodig hebben.