Full stack verwijst naar alle lagen waaruit een werkende applicatie bestaat, van boven tot onder. Bovenaan zit de front-end, de schermen en knoppen waarmee mensen werken. Daaronder ligt de back-end, de serverlogica die het echte werk doet. En onderaan ligt de database die de informatie bewaart. Dek je elke laag af, dan werk je full stack.
Een restaurant is een heldere vergelijking. De eetzaal, de menukaarten en de vriendelijke bediening zijn de front-end, het deel dat gasten direct ervaren. De keuken, waar bestellingen in gerechten veranderen, is de back-end. En de voorraadkast en koeling zijn de database, waar alles ligt tot het nodig is. Een full-stack blik omvat het hele restaurant, niet één ruimte.
De full stack begrijpen is belangrijk omdat de lagen soepel moeten samenwerken. Een prachtige front-end is nutteloos als de back-end traag is of de data klopt niet. Daarom is ook een full-stack developer, die overweg kan met alle lagen, zo gewild bij kleinere teams.
De specifieke tools per laag vormen samen de tech stack van het project: de taal, het framework, de database, de hosting. Full stack is de vorm, de tech stack zijn de eigenlijke ingrediënten. Bij het plannen van een project komen beide vragen vroeg op tafel, want keuzes in de ene laag werken door in de rest. Een databasekeuze bijvoorbeeld bepaalt wat de back-end kan en hoe snel de front-end aanvoelt.
Bij TopDevs ontwerpen we over de hele full stack, zodat elke laag van het systeem van een klant op de andere aansluit, in plaats van één deel los te verbeteren.