Hardware is de fysieke kant van computers: de onderdelen die je echt kunt oppakken en vasthouden. De processor die de berekeningen doet, het geheugen dat actieve data bewaart, de schijven die bestanden opslaan en het scherm waarop je leest, het is allemaal hardware. Zonder dat is software alleen maar een set instructies zonder plek om te draaien.

Een simpele manier om het te zien is een platenspeler en een plaat. De hardware is de draaitafel, de naald en de speakers, de fysieke machine. De software is de muziek in de plaat geperst, het deel dat de machine vertelt wat hij moet doen. Wissel de plaat en je krijgt andere muziek uit dezelfde apparatuur, net zoals een computer verschillende programma’s draait bovenop één besturingssysteem.

Tegenwoordig wordt veel hardware gehuurd in plaats van gekocht. Met cloud computing betaal je voor rekenkracht en opslag op de machines van iemand anders, wat de noodzaak wegneemt om eigen servers te kopen en te beheren. De kleine verbonden apparaten in het Internet of Things zijn ook hardware.

Hardware stelt nog steeds echte grenzen die geen slimme code kan wegtoveren. Een programma draait nooit sneller dan de chip eronder, slaat nooit meer op dan de schijf aankan en reageert nooit vlotter dan het netwerk toelaat. Daarom geeft een gamestudio om de precieze grafische kaart van een speler, en heeft een trage website soms een grotere server nodig in plaats van nóg een ronde aanpassingen. Weten waar het fysieke plafond zit, vertelt je of een probleem überhaupt in software op te lossen valt.

Bij TopDevs koppelen we de software van elke klant aan de juiste hardware, of dat nu een cloudserver is die ze per uur huren of een apparaat op de werkvloer van een fabriek.