JSON (JavaScript Object Notation) is een tekstformaat om data op te slaan en te versturen dat makkelijk te lezen is voor zowel mensen als software. Het ordent informatie als een reeks labels en waarden, zoals een naam gekoppeld aan ‘Anna’ of een prijs gekoppeld aan 49.95, verpakt in een structuur die elk modern systeem begrijpt. Het is de meest gangbare manier waarop twee stukken software data uitwisselen over internet.
Een handige vergelijking is een pakketlabel. De doos kan overal heen, maar het label vermeldt het adres, het gewicht en de inhoud in een vaste, voorspelbare opmaak die elke koerier hetzelfde leest. JSON is dat label voor data. Als je website via een API met je CRM praat, is het bericht dat ertussen reist bijna altijd een blok JSON, en een REST API geeft het standaard terug.
Het is ook prettig leesbaar voor mensen, en dat telt meer dan het klinkt. Een developer opent een JSON-bestand en leest het zonder speciale tools, waardoor problemen sneller te vinden en op te lossen zijn. Voor configuratie die mensen met de hand bewerken kiezen sommige teams YAML, een naast familielid met een rustiger uiterlijk.
JSON kent ook scherpe randjes waar mensen op stuiten. Het ondersteunt tekst, getallen, true en false, lijsten en geneste objecten, maar geen datums of opmerkingen, dus datums reizen meestal als gewone tekst en notities staan ergens anders. Eén ontbrekende komma of een komma te veel achteraan, en het hele bericht weigert te laden. Die strengheid is juist nuttig: beide kanten worden het eens over de exacte vorm, zonder ruimte om te gokken.
Bij TopDevs gebruiken we JSON als de gemeenschappelijke taal tussen de systemen die we koppelen, zodat data netjes tussen je tools beweegt zonder dat er iets verloren gaat in de vertaling.