Latentie is de vertraging tussen het opvragen van iets bij een systeem en het eerste deel van het antwoord. Het wordt meestal gemeten in milliseconden, en op het web gaat het om de reis die een verzoek maakt van het apparaat van een gebruiker naar de server en terug. Lage latentie voelt direct. Hoge latentie voelt als wachten.

Een handige vergelijking is eten bestellen aan een balie. Latentie is het gat tussen het plaatsen van je bestelling en de keuken die hem bevestigt, niet hoe groot de maaltijd is. Zelfs een klein verzoek voelt traag als de keuken ver weg of druk is. Afstand is een grote factor, en daarom reageert content vanaf een netwerk van servers dicht bij je gebruikers sneller, en kan druk dataverkeer de vertraging op piekmomenten omhoog duwen.

Het helpt om latentie los te zien van bandbreedte, want mensen geven vaak de verkeerde de schuld. Bandbreedte is hoe wijd de leiding is; latentie is hoe lang de reis duurt. Je kunt een snelle verbinding hebben die toch traag aanvoelt als elk verzoek naar een server op een ander continent moet. Meer bandbreedte doet daar niets aan, alleen de afstand verkorten helpt.

Latentie telt zwaarder dan mensen verwachten. Een pagina die een seconde langer doet over reageren, verliest echte bezoekers en omzet, en in apps als videobellen of beurshandel tellen zelfs tientallen milliseconden mee. De oplossingen die werken zijn praktisch: cache veelgebruikte antwoorden zodat ze nooit de database raken, en beperk het aantal aparte heen-en-weertjes dat één pagina nodig heeft, want elk daarvan voegt zijn eigen vertraging toe.

Bij TopDevs meten we latentie als gewoon onderdeel van monitoring, en plaatsen we caching en servers daar waar ze de vertraging wegnemen die gebruikers echt voelen.