Een Service Level Indicator, oftewel SLI, is een precieze meting van hoe een dienst daadwerkelijk presteert. Het is een getal dat je over tijd volgt, zoals het percentage geslaagde verzoeken, de gemiddelde reactietijd, of het aandeel pagina’s dat binnen een doeltijd laadt. De SLI is het ruwe signaal van betrouwbaarheid.

Zie het als de snelheidsmeter in een auto. Hij bepaalt niet hoe hard je moet rijden; hij laat alleen zien hoe hard je nú rijdt. Een SLI werkt net zo: hij toont het echte gedrag van je systeem, afgeleid uit de metrics die je monitoring verzamelt. Goede observability maakt accurate SLI’s mogelijk.

Op zichzelf is een SLI niet meer dan een feit. Hij wordt pas nuttig in combinatie met een doel. Dat doel is de SLO, en zodra de SLO in een klantcontract staat, wordt het een SLA. De juiste SLI kiezen is lastiger dan het lijkt, want het voor de hand liggende getal is niet altijd het eerlijke. Neem de gemiddelde reactietijd. Die kan er gezond uitzien terwijl een trage staart van verzoeken de ervaring voor één op de twintig gebruikers stilletjes verpest. Daarom volgen teams vaak een percentiel, zoals de traagste 5 procent van de verzoeken, wat dichter ligt bij wat een gefrustreerd iemand echt merkt. De beste SLI’s zitten dicht bij de gebruiker. Het aandeel afrekeningen dat lukt, het aandeel zoekopdrachten dat binnen een seconde terugkomt. Die zeggen of het product werkt, niet alleen of een server technisch gezien aanstaat.

Bij TopDevs kiezen we een handvol SLI’s die weergeven wat gebruikers echt ervaren, zodat een klant echte beleving meet en niet mooie cijfers die gezond lijken maar weinig zeggen.