TypeScript is een programmeertaal die rechtstreeks bovenop JavaScript bouwt en typecontrole toevoegt, een manier om te beschrijven welke vorm je data moet hebben. Het is gemaakt door Microsoft en is inmiddels een van de meestgebruikte talen op het web. Alles wat in JavaScript geschreven is, werkt al in TypeScript. De extra controles zijn een bonus, geen andere taal die je opnieuw moet leren.
Het praktische voordeel is typeveiligheid. Verwacht een functie het e-mailadres van een klant en geef je per ongeluk een telefoonnummer mee, dan markeert TypeScript dat terwijl je typt, in plaats van het door te laten naar productie. Zie het als spellingcontrole voor de structuur van je code: het verandert niet wat het programma doet, het vangt alleen de domme fouten die een mens anders pas merkt als er iets kapotgaat.
Omdat browsers alleen JavaScript begrijpen, gaat TypeScript tijdens de build door transpilatie, waarbij het wordt omgezet naar normale JavaScript voordat het de deur uitgaat. Je gebruikers zien TypeScript zelf nooit; zij krijgen het afgewerkte, gecontroleerde resultaat. Het is trouwens niet alleen een browsertaal. Dezelfde stijl code draait op de server via Node.js, zodat één team de voorkant en de achterkant in dezelfde taal schrijft, met aan beide kanten dezelfde controles. Dat is een grote reden waarom het zo snel de norm werd. Frameworks leveren het standaard mee, populaire libraries hebben hun typebeschrijvingen erbij, en een nieuwe ontwikkelaar die instapt kan aan de types aflezen wat elke functie verwacht, zonder elke regel uit te pluizen.
Bij TopDevs gebruiken we TypeScript op de meeste builds die we jaren willen onderhouden, omdat het grote codebases veel veiliger aanpasbaar maakt en makkelijker over te dragen aan een nieuwe ontwikkelaar.