User acceptance testing, oftewel UAT, is de laatste controle voordat software live gaat, waarbij de mensen die hem echt gaan gebruiken bevestigen dat hij doet wat ze nodig hebben. Ontwikkelaars hebben al gecontroleerd dat de code goed draait. UAT beantwoordt een andere vraag: lost dit product het echte probleem op voor de echte persoon die ervoor zit?
Zie het als een proefrit voordat je een auto koopt. De fabriek heeft bevestigd dat de motor werkt en elke technische keuring doorstaat. Toch rijd je nog een rondje om het blok om te voelen of hij bij je past, of de stoel lekker zit en de kinderwagen in de kofferbak past. UAT is die proefrit voor software. De eindgebruiker loopt de dagelijkse taken door die er voor hem toe doen, zoals een factuur opstellen of een klant aanmaken, en geeft pas akkoord als het echt past.
UAT staat aan het eind van een langere keten die ook integration testing en bredere quality assurance bevat. Die eerdere stappen vangen technische fouten. UAT vangt het gat tussen “goed gebouwd” en “het juiste gebouwd”, wat vaak alleen zichtbaar is voor iemand die het werk echt doet. Het verschil zit in de structuur. Een vaag “speel er even mee en laat het ons weten” haalt zelden de problemen boven die ertoe doen. Een helder testplan dat de echte scenario’s opsomt die een gebruiker moet doorlopen, met per scenario het verwachte resultaat, maakt van een wazige duim omhoog concrete, oplosbare feedback. Het geeft beide kanten ook een gedeelde definitie van klaar, zodat de lanceringsdag een formaliteit is en geen discussie over of het werk af is.
Bij TopDevs draaien we voor elke lancering een gestructureerde UAT-ronde met het eigen team van de klant, zodat de mensen die op een systeem leunen degenen zijn die zeggen dat het klaar is.