Een catch-all is een regel die alles opvangt wat niet bij een specifiekere bestemming past. Het bekendste voorbeeld is e-mail: een catch-all adres ontvangt elk bericht dat naar je domein wordt gestuurd, ook als de exacte naam niet bestaat. Zo komt post naar een typefout of een oud adres toch ergens binnen in plaats van terug te bouncen naar de afzender.
Zie het als de balie voor gevonden voorwerpen in een groot gebouw. De meeste leveringen hebben een duidelijke ontvanger en gaan rechtstreeks naar hem toe. Maar alles wat geadresseerd is aan een naam die niemand herkent, belandt op één centrale balie waar iemand het kan uitzoeken, in plaats van dat het wordt weggegooid. De catch-all is die balie.
Hetzelfde patroon zie je buiten e-mail. Op een webserver vangt een catch-all route elk verzoek op dat niet bij een bekend pad past, vaak met een nette foutpagina. Het instellen ervan gaat meestal via de juiste DNS-records voor mail, of een terugvalregel in de config van je webserver voor verkeer. Het nadeel bij e-mail is dat catch-alls ook spam aantrekken, omdat een afzender geen echt adres hoeft te raden om bij je binnen te komen. Een groeiend bezwaar is dat een catch-all ook e-mailverificatietools dwarszit. Als die nagaan of sam@jouwdomein bestaat, zegt de server overal ja op, dus kan een marketeer een echt postvak niet onderscheiden van een verzonnen adres. Daarom kiezen veel teams nu liever voor een handvol benoemde aliassen zoals info@ en support@, plus een stille doorstuurregel voor dat zeldzame verkeerd geadresseerde bericht, in plaats van één open catch-all.
Bij TopDevs zetten we catch-all regels bewust op, met een goede afweging tussen het gemak van nooit een bericht kwijtraken en de spam die het kan uitnodigen.