Infrastructure as a Service (IaaS) is een cloudmodel waarbij een provider je de kale bouwstenen van computing verhuurt: virtuele servers, opslag en netwerk. Je betaalt voor wat je gebruikt, meestal per uur of per seconde, en je beheert zelf het besturingssysteem en alles daarboven. De provider houdt de fysieke machines, stroom en koeling in zijn datacenter draaiend.
Zie het als een leeg magazijn leasen in plaats van er een kopen. De verhuurder zorgt voor het gebouw, het dak en de stroom, maar de stellingen, de indeling en de voorraad bepaal jij. IaaS werkt net zo: je krijgt kale servers en volledige controle, maar je bent zelf verantwoordelijk voor het installeren en beveiligen van je software. Wil je minder beheer, dan nemen platformdiensten meer werk uit handen. De meeste IaaS-platformen kunnen ook capaciteit bijschakelen zodra het bezoek piekt.
De grote namen zijn AWS EC2, Google Compute Engine en Microsoft Azure. Zij maakten van servers iets wat je in een paar minuten aanzet en weer uitzet als je klaar bent, in plaats van hardware te bestellen die weken onderweg is.
De keerzijde is dat controle twee kanten op werkt. Het OS patchen, de firewall instellen en de machine veilig houden komt bij jouw team te liggen, niet bij de provider. Reken ook af met scherp gedrag van de rekening: een vergeten testserver die het hele weekend draait, telt gewoon door. En omdat elke provider zijn eigen consoles en API’s heeft, kan een opstelling later verhuizen een flinke klus zijn, een vorm van vendor lock-in die je vooraf wilt afwegen.
Bij TopDevs gebruiken we IaaS als een klant volledige controle over zijn omgeving wil, en we zetten het zo op dat de rekening je echte verbruik volgt in plaats van stilstaande machines.