Een proof of concept (POC) is een klein, gericht experiment dat één vraag beantwoordt: kan dit idee echt werken? Het is geen afgewerkt product en hoeft niet mooi te zijn. Het bestaat om de meest riskante aanname te testen voordat iemand er echt tijd en geld in steekt om het hele ding te bouwen.

Stel je voor dat je een tunnel door een berg wilt graven, maar je weet niet zeker of de rots stabiel genoeg is. Je begint niet aan de volledige tunnel. Je boort eerst een smal proefgat om te zien wat de rots doet. Dat proefgat is een proof of concept: goedkoop, snel, en alleen gebouwd om de grootste twijfel weg te nemen. In software kan dat betekenen dat je twee systemen aan elkaar knoopt om te bevestigen dat ze met elkaar kunnen praten, of dat je test of een AI-model een bepaald soort document nauwkeurig genoeg kan lezen om nuttig te zijn. Deze stap voedt vaak rechtstreeks een helderder technisch ontwerp.

Een POC komt voor een Minimum Viable Product. De POC bewijst dat het idee haalbaar is, daarna maakt het MVP er iets van dat echte gebruikers kunnen proberen.

De klassieke valkuil is een POC laten uitgroeien tot het echte product. Omdat het “al werkt,” ontstaat de druk om de wegwerpcode toch uit te brengen. Maar een proof of concept slaat foutafhandeling, beveiliging en randgevallen bewust over, dus erop verder bouwen sleept elke kortere bocht mee. Bepaal vooraf welke ene vraag het moet beantwoorden, en zodra je het antwoord hebt, stop je en begin je opnieuw.

Bij TopDevs starten we riskante of ongebruikelijke projecten vaak met een korte proof of concept, zodat je snel en goedkoop leert of een aanpak standhoudt voordat je je vastlegt op een volledige build.