Het woord slider dekt twee verschillende dingen in design. De ene is een knop die je over een baan sleept om een waarde te kiezen, zoals een prijsfilter of een volumebalk. De andere is een roterende banner die door een reeks beelden of boodschappen schuift, vaak een carrousel genoemd.

Neem eerst de waardeknop. Denk aan de dimmer aan de muur: in plaats van alleen aan of uit, schuif je hem ergens tussenin. Een range slider doet hetzelfde op het scherm, en daarom gebruiken filters voor prijs of afstand er vaak een, waarbij de ruwe positie meer telt dan een exact getal typen. Goed gedaan is de kleine beweging en feedback tijdens het slepen een fijne micro-interactie die de knop levend laat aanvoelen.

Aan de waardevariant zit wel een addertje. Op een telefoon is een dunne baan lastig te pakken met je duim, en bij een slider met een groot bereik kan één pixel tien euro waard zijn. Een toetsenbordgebruiker moet diezelfde knop met pijltjes kunnen bereiken, en dat vergeet je makkelijk als je er zelf een bouwt. Dus voor alles waar het precieze getal telt, wint een slider gekoppeld aan een typeveld dat hem spiegelt meestal van beide afzonderlijk, en blijft de knop voor iedereen bruikbaar.

Image sliders zijn omstredener. Ze ogen indrukwekkend, maar echte data laat zien dat veel bezoekers ze negeren en de meesten slides na de eerste nooit zien. Eén sterke boodschap verslaat vaak een roterende set, een terugkerende les in gebruiksvriendelijkheid.

Bij TopDevs gebruiken we range sliders waar ze mensen echt helpen kiezen, en mijden we automatisch roterende banners die je hoofdboodschap verstoppen achter slides waar niemand op wacht.