Een datacenter is een speciaal gebouw vol servers, opslagsystemen en netwerkapparatuur dat data opslaat en de onlinediensten draait waar we op leunen. Als je een film streamt, een e-mail verstuurt of een website laadt, doet een machine in een datacenter ergens het werk.
Stel je een enorme, hyper-georganiseerde bibliotheek voor die nooit sluit. Rij na rij racks met apparatuur, krachtige koeling die alles tegen oververhitting beschermt, en noodaggregaten die het overnemen zodra het stroomnet knippert. Het hele pand draait om één doel: de machines elke seconde van elke dag laten doorlopen. Die focus op uptime is ook waarom de data backup en redundantie van een provider zo belangrijk zijn.
Als je cloud computing gebruikt, huur je een stukje capaciteit binnen zo’n pand in plaats van het gebouw te bezitten. Providers draaien datacenters in veel regio’s, en eentje dicht bij je gebruikers kiezen verkort de fysieke afstand die de data aflegt, wat de latentie direct verlaagt. Daarom kiest een Nederlands bedrijf ook vaak een EU-regio, zowel voor de snelheid als om redenen van dataopslag binnen Europa.
Grote providers splitsen elke regio in aparte availability zones, losse gebouwen met eigen stroom en koeling op een paar kilometer afstand. Je systeem over twee zones verdelen betekent dat een overstroming of stroomstoring in de ene de hele dienst niet platlegt. Dat alles vreet stroom, dus providers strijden nu hard op energiezuinigheid, gemeten als PUE, en veel EU-locaties draaien grotendeels op groene stroom. De restwarmte van zo’n pand wordt op sommige plekken zelfs gebruikt om woningen in de buurt te verwarmen.
Bij TopDevs helpen we klanten de juiste datacenterregio voor hun publiek te kiezen, zodat het systeem snel is waar het telt en data opslaat waar de regels dat vereisen.