Een H1-titel is de belangrijkste kop bovenaan een webpagina. In de code zit hij in een <h1>-tag verpakt en is hij meestal de grootste, meest opvallende tekstregel, degene die de vraag ‘waar gaat deze pagina over?’ beantwoordt nog voordat een bezoeker iets anders leest.
Zie een pagina als een krantenartikel. De H1 is de grote kop op de voorpagina; alles eronder, de H2- en H3-tussenkoppen, zijn de sectietitels die de rest van het verhaal ordenen. Schermlezers leunen op deze volgorde om blinde gebruikers meteen naar de content te laten springen, en zoekmachines lezen het om de structuur te begrijpen. Het hoort bij de basis-HTML die een pagina zijn vorm geeft.
Een goede H1 is concreet en menselijk. ‘Betaalbare zonnepanelen in Rotterdam’ wint het van een vaag ‘Welkom’, want het vertelt zowel de lezer als Google precies wat ze gaan vinden, en het echoot meestal de zoekterm waarmee de bezoeker binnenkwam.
Een veelgemaakte fout is de H1 zien als puur een opmaakkeuze. Sommige teams stoppen hun logo op elke pagina in een <h1>, waardoor elke pagina dezelfde kop claimt, of ze maken een kleinere kop groot met CSS en laten de echte H1 weg. Allebei breken ze de opbouw waar hulptechnologie en crawlers op leunen. De oplossing is simpel: kies één zin die deze specifieke pagina benoemt, markeer die als H1, en laat CSS los bepalen hoe groot hij oogt.
Let er ook op dat de H1 en de title-tag bij elkaar passen zonder exact gelijk te zijn. De title-tag verschijnt in het tabblad en in de Google-resultaten en mag korter en pakkender; de H1 staat op de pagina en mag iets uitgebreider zijn. Botsen ze hard, dan twijfelt een bezoeker die net op je link klikte of hij wel op de goede plek is beland.
Bij TopDevs zetten we op elke pagina die we bouwen één heldere H1 die rekening houdt met de zoekwoorden, zodat elke pagina een duidelijk onderwerp heeft voor bezoekers én zoekmachines.