MoSCoW is een prioriteringsmethode die elke eis in een van vier categorieën plaatst: Must have, Should have, Could have en Won’t have this time. De twee kleine o’s bestaan alleen om de afkorting uitspreekbaar te maken. Het doel is om een harde streep te trekken tussen wat een release echt nodig heeft en wat alleen leuk zou zijn, zodat iedereen hetzelfde beeld deelt van wat telt.
Denk aan inpakken voor een vlucht met één tas. Je paspoort en medicijnen zijn Must haves, niet onderhandelbaar. Een extra trui is een Should have, belangrijk maar je overleeft het zonder. Een tweede boek is een Could have als er ruimte is. De dikke jas die je besluit aan te trekken in plaats van in te pakken is een Won’t have this time. Je maakt die keuzes bewust, in plaats van te proppen tot de rits het begeeft. MoSCoW brengt diezelfde discipline naar software en past natuurlijk bij het bepalen van een minimum viable product, waar de Must haves precies zijn wat als eerste live gaat.
De W is het deel dat mensen vergeten. “Won’t have this time” is geen “nooit”, het is een duidelijke, afgesproken parkering van een item, zodat het niet stilletjes aandacht wegtrekt van het werk dat ertoe doet. Het past mooi in de sprint planning en geeft elke cyclus een eerlijke scope.
De methode valt om zodra alles een Must have wordt. Plakt een opdrachtgever op elke wens het label kritiek, dan sorteert de lijst niets meer en zit je terug bij één platte stapel. Een handige vangrail is het Must-bakje af te toppen, bijvoorbeeld op maximaal 60 procent van het werk, wat een echt gesprek afdwingt over wat de lancering werkelijk blokkeert tegenover wat mensen gewoon snel willen.
Bij TopDevs draaien we MoSCoW met klanten aan het begin van een project, zodat het budget eerst naar de Must haves gaat en niemand verrast is over wat het wel of niet haalde.