RGB is het kleursysteem dat schermen gebruiken, opgebouwd uit rood, groen en blauw licht. Door die drie in verschillende sterktes te mengen, kan een beeldscherm miljoenen kleuren maken. Alle drie op volle sterkte geeft wit, alle drie uit geeft zwart.

Denk aan drie gekleurde toneellampen die op dezelfde plek schijnen. Draai het rood op en dim de andere, en die plek gloeit rood. Zet groen en blauw er ook bij en de kleuren mengen richting wit. Elke pixel op je telefoon of beeldscherm werkt precies zo, alleen op microscopische schaal. Daarom heet RGB ook wel een additief systeem: je voegt licht toe om bij fellere kleuren te komen, het tegenovergestelde van verf mengen. Het staat naast CMYK, het op inkt gebaseerde systeem voor drukwerk, als een van de belangrijkste kleurmodellen waar ontwerpers mee werken.

Elk van de drie kanalen loopt meestal van 0 tot 255, dus 256 niveaus per kleur en in totaal zo’n 16,7 miljoen combinaties. Puur rood schrijf je dan als 255, 0, 0, en een zacht grijs is in alle drie de vakjes dezelfde waarde. Precies dat bereik van 0 tot 255 propt een hex-code in zes tekens, twee per kanaal.

In de praktijk stel je RGB-waarden zelden met de hand in. De meeste webkleuren worden geschreven als een hex-code, wat gewoon een afkorting is voor dezelfde hoeveelheden rood, groen en blauw. Het merkblauw op deze site is bijvoorbeeld één specifieke RGB-mix. Het addertje: dezelfde getallen kunnen op twee schermen net anders ogen, omdat een goedkoop paneel en een gekalibreerde monitor licht anders weergeven. Daarom blijft een drukproef nog steeds belangrijk.

Bij TopDevs houden we voor elke klant de RGB- en drukkleuren op elkaar afgestemd, zodat je merk er hetzelfde uitziet op een website, een telefoon en een gedrukte flyer.