Make, de tool die vroeger Integromat heette, is een visueel automatiseringsplatform waarop je je apps koppelt en workflows bouwt door modules op een canvas te slepen en aan elkaar te knopen. Een trigger zet de flow in gang, en elke module daarna doet één klus: data ophalen, omzetten, ergens anders naartoe sturen.
Het canvas is wat Make onderscheidt. In plaats van een platte lijst met stappen zie je je automatisering als een kaart van verbonden bollen, met takken die afsplitsen zodra aan een voorwaarde wordt voldaan. Het is als een metrokaart lezen versus een lijstje haltes: je ziet in één oogopslag waar alles heen gaat en waar twee paden uiteenlopen. Die visuele helderheid is waarom teams vaak Make boven Zapier kiezen voor workflowautomatisering met echte vertakkingen erin.
Onder de motorkap spreekt het dezelfde taal als de rest van de integratiewereld. Het gebruikt kant-en-klare connectoren voor populaire apps, en als een app niet wordt ondersteund, bereik je hem alsnog via een eigen HTTP-aanroep of webhook. De prijs verdient ook een korte opmerking, want het is mede waarom mensen overstappen. Make rekent per operatie, dus per losse stap die een module uitvoert, in plaats van per taak zoals sommige concurrenten. Voor een flow met twaalf stappen die duizend keer per maand afgaat, kan die rekensom in je voordeel of nadeel uitpakken, afhankelijk van hoe je hem bouwt. Een net scenario dat overbodige stappen overslaat, is dus niet alleen overzichtelijker, het is ook goedkoper. Dat prijsmodel beloont hetzelfde als het canvas: goed nadenken over elke tak voordat je hem laat lopen.
Bij TopDevs zetten we Make in als de automatisering van een klant genoeg bewegende delen heeft dat de hele flow op één canvas zien echt tijd bespaart, zowel bij het bouwen als bij het later opsporen van fouten.